Het is doodstil buiten. De natuur wacht ademloos af welke verrassing er over een paar maanden onder de sneeuw tevoorschijn zal komen. Alles houdt zich koest, zelfs de kleuren houden zich in. Ik krijg de neiging om op mijn tenen te lopen en te fluisteren.

De sledehonden die klaar staan voor onze huskytocht reageren heel anders op de sneeuw. Dolenthousiast stuiven ze erin rond, happend naar de rondvliegende sneeuwbrokken. Als hun baas met de tuigjes aan komt lopen, zijn ze helemaal niet meer te houden.

Ik ga kennismaken met één van de stoere viervoeters, Baldur. Is het een husky, een alaskan malamute, een rotzooi-maar-aan-ras? Ik heb geen flauw idee. En de hond zelf kan het al helemaal niet schelen. Jankend van jaloezie kijkt hij zijn makkertjes na, die voor de eerste hondenslee zijn gespannen en alvast weg mochten. Hij en ik moeten nog even op onze beurt wachten. Daar houdt Baldur niet van. Hij wil met zijn tong op zijn knieën voor die slee uitrennen, nu!

Een paar zomers geleden is me in een huskykennel in het zuiden van Zweden uitgelegd dat de honden in de zomer trainen met een karretje. “Maar een huskysafari in de zomer gaat alleen door als het niet te warm is.” Hondenman Wolfgang aarzelt even. Hoe leg je dat uit aan een volstrekte leek? “Deze honden hebben een soort inwendige thermostaat, die staat ingesteld op koud weer. Bij oververhitting gaat die stuk en dan kunnen ze zichzelf niet meer warmhouden. Daarom mogen ze dus zelfs niet te lang in huis zijn,” probeert hij. Ik begrijp het wel zo ongeveer.

Het span moet niet alleen in conditie blijven, maar ook leren samenwerken. Iedere hond heeft zijn eigen plek in het span en zijn eigen taak. De hiërarchie levert nog wel eens ruzie op in de roedel. Dan zit er volgens Wolfgang maar één ding op: “Mijn slaapzak pakken en een paar nachten in de kennel slapen, totdat voor iedereen weer volstrekt duidelijk is wie hier nu eigenlijk de alfaman is.”

Op het kampvuur zingt de ouderwetse ketel een Zweeds liedje over gesmolten witte sneeuw die geurige bruine koffie wilde worden. Ik drink snel de laatste slokken uit mijn nap op. Baldur staat in zijn rode tuigje ongeduldig te dansen voor de slee. Gaan we nu eindelijk? Een lichte schok als de rem losgaat en dan glijden de ijzers zacht knisperend door de sneeuw. Onze hondesledetocht gaat langs ongerepte plekjes waar je in de zomer niet kunt komen. Hebben we eigenlijk wel vaste grond onder de voeten of glijden we over een bevroren meer? Het maakt niet uit.

De witte bomen dragen geduldig hun sneeuwlast. Overal waar je kijkt, tovert de zon ondeugende glitters tevoorschijn. Ik zie niemand. Niemand ziet mij. Het is doodstil. Zelfs de sledehonden lopen op hun tenen. Ik nestel me in het warme holletje van rendierhuiden en snuif stil genietend de geur van het besneeuwde bos op. Zelfs fluisteren is nu ongepast.

Deel en inspireer: facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail