Je bent Zweeds, maar zou liever opnieuw onafhankelijk zijn. Om die wens kracht bij te zetten, voer je een Noors zegel op je vlag. Logisch? Ja, dit is namelijk heel in het kort de geschiedenis van de provincie Jämtland. Een heel bijzondere geschiedenis, die sterk afwijkt van die van de rest van Zweden.

Koning Sverre van Noorwegen wist wat hij wilde. Hij wilde Jämtland. En dus annexeerde koning Sverre dit gebied ten oosten van Trondheim in 1178 en deed zo zichzelf Jämtland cadeau. En om eens en voor altijd duidelijk te maken dat zijn claim niet ter discussie stond, hechtte hij er zijn eigen zegel aan. Zo regel je dat.

Een paar eeuwen daarvoor, rond het jaar 870, was Jämtland het toevluchtsoord voor vikingen die de tirannie van koning Harald I niet accepteerden. Het verhaal gaat dat deze ambitieuze koning had gezworen dat hij zijn haar niet zou kammen of knippen, tot heel Noorwegen onder zijn heerschappij viel. Dat duurde tien jaar en hij ging dan ook de geschiedenis in als Harald Veelhaar.

De voor hun leven gevluchte vikingen bouwden intussen in de onafhankelijke boerenstaat Jämtland een nieuw leven op. Elk jaar rond 12 maart kwamen de inwoners naar Fröson voor de jaarmarkt en voor de vergadering van het volksparlement, Jamtamót. In die vergadering werden de belangrijke beslissingen genomen en rechtszaken gevoerd. Alle Jämten mochten eraan deelnemen.

In één van die bijeenkomsten is het besluit genomen om over te gaan tot het christendom. Het besluit werd keurig in een steen gebeiteld: “Austmaðr, de zoon van Guðfastr’s, liet deze steen oprichten en deze brug bouwen en heeft Jämtland gekerstend. Ásbjörn heeft de brug gebouwd. Tryn heeft deze runen gebeiteld.” Het scheelde niet veel of dit duizend jaar oude document was in 1819 gebruikt als bouwmateriaal voor een nieuw huis. Dat het nu nog in Östersund te zien is, hebben we te danken aan een reddingsactie van de arts Per Rissler, die eiste dat de steen teruggezet zou worden op zijn oorspronkelijke plaats.

Terug naar koning Sverre. Hij maakte een einde aan de onafhankelijkheid van Jämtland en van de nakomelingen van de gevluchte vikingen alsnog Noorse staatsburgers. Het zelfbestuur Jamtamót liet hij echter grotendeels ongemoeid. Zelfs toen Noorwegen, met Jämtland en al, in 1537 door Denemarken werd ingelijfd, mochten de jaarlijkse vergaderingen gewoon doorgaan. En toen kwamen de Zweden.

De Zweedse koning Karl IX wist ook wat hij wilde. En vooral wat hij niet wilde. Hij had er schoon genoeg van om aan het handje van Denemarken te lopen. Koning Karl verbrak de diplomatieke banden met het dominante Deense rijk en startte een oorlog om de Denen uit het noorden te verdrijven. Dat gebied had hij nodig om zich beter tegen de oprukkende Russen te kunnen verdedigen. Denemarken liet zich echter niet zo makkelijk wegsturen. Er ontstond een strijd die honderd jaar zou duren. In die periode werd Jämtland letterlijk heen en weer werd geslingerd tussen Denemarken en Zweden: het gebied wisselde maar liefst dertien keer van eigenaar.

En zo komt het dat Jämtland sinds 1645 een provincie van Zweden is. De Jamtamót bestaat niet meer. In de 19e eeuw werd met het wetboek van Jämtland de kachel aangemaakt.  Letterlijk. Het enige exemplaar dat bestond, stond in het stadhuis van Trondheim stof te verzamelen. Er werd nog weinig waarde aan gehecht en het verhaal gaat dat de wachtmeester dacht dat hij het papier wel kon gebruiken om zijn haardvuur aan te steken. Maar elk jaar op 12 maart viert de Republiek Jämtland onafhankelijksdag. Dan wappert de Jämtse vlag, met het zegel van koning Sverre van Noorwegen erop. In die week wordt nog steeds de jaarmarkt gehouden, die nu Gregori markt wordt genoemd. En het dialect van Jämtland lijkt nog steeds meer op het Noors dan op het Zweeds.

 

Bronnen: Bo Oscarsson, Wikipedia, Maria

Deel en inspireer: facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail