Er ligt een dik pak sneeuw, de zon is halverwege de middag ondergegaan en het is koud. We zijn met de auto naar Zweden gekomen voor een korte wintervakantie en melden ons goedgemutst op het afgesproken adres voor de sleutel van het vakantiehuis. Dan krijgen we het ontmoedigende bericht dat we de eindbestemming nog niet hebben bereikt. Het huisje ligt twintig kilometer buiten het dorp, in het winterse bos.

De sleutelhoudster beschrijft in wat onwennig Engels de route. “Volg het zijweggetje dat verderop tussen de bomen begint en sla na een paar kilometer, bij het grote reclamebord, rechtsaf. Nog een paar kilometer verder, bij de vuilcontainers, weer rechts.” Het is het eerste rode huis aan de rechterkant van het pad. Nee, het heeft geen adres, dus het navigatiesysteem helpt niet. “Maar het is niet moeilijk te vinden,” voegt ze er geruststellend aan toe. Ik zie vanuit mijn ooghoeken dat het beter is voor mijn huwelijksgeluk om mijn lachen in te houden.

De rit, die ’s morgens in Göteborg was begonnen, was inspannend geweest. Er lag aardig wat sneeuw op de weg, de sneeuwschuivers en gritstrooiers hadden het er druk mee. Op zo’n weg is het de kunst om netjes de bevroren bandensporen te volgen en niet uit de koers raken. Zonder winterbanden waren we beslist niet verder gekomen dan de eerste de beste volgesneeuwde greppel. Nu duurde de reis nauwelijks langer dan in de zomer. Nog voor etenstijd stonden we al in Hede.

We staan moed te verzamelen voor de laatste twintig kilometer. Het huis heeft niet eens een adres. Wanneer zou de weg erheen voor het laatst sneeuwvrij zijn gemaakt? De sneeuwkettingen en een schep liggen onder handbereik. Net als de waxinelichtjes en een paar fleecedekens, om ons een beetje warm te houden als we stranden. De mobiele telefoons zijn volledig opgeladen. Met een beetje geluk hebben we ook bereik, zodat we in geval van nood alarm kunnen slaan. Geruststellend herinner ik mijn lief aan al die voorzorgsmaatregelen. Zijn humeur zakt nog verder onder het vriespunt.

Vastbesloten om zonder stof voor sterke verhalen de eindstreep te halen, zet hij koers naar het aangewezen zijweggetje. Ik doe mijn best om zo serieus mogelijk te kijken. Voorzichtig geeft hij gas. Dat valt mee, de winterbanden hebben genoeg grip op de platgereden sneeuw. Met een redelijk gangetje rijden we door het donker. Ja, daar staat dat reclamebord! Zonder dat er een waxinelichtje aan te pas komt, begint de sfeer te ontdooien.

Een uur later zitten we voor de open haard te genieten van een glas wijn. De routebeschrijving klopte als een bus en zonder oponthoud bereikten we het kleine rode vakantiehuisje. “Het is in de winter best goed te doen hè, met de auto naar Jämtland,” knikt manlief voldaan.

Deel en inspireer: facebooktwittergoogle_plusredditpinterestmail